Het rotkind

Er was eens een jongen die André heette. André was een knappe jongen, die ook heel slim was. Hij wist heel goed hoe hij met mensen moest omgaan. Maar André geloofde niet dat er ook maar iets goeds aan hem was. Als hij in de spiegel keek, zag hij alleen maar moeilijkheden. De spiegel vertelde hem dat hij lelijk en dom was en dat hij later een mislukkeling zou worden.

Maar André wilde geen mislukkeling worden, dus besloot hij een rotkind te worden. “Het zal mij lukken om het beste rotkind te worden dat iedereen hier ooit gezien heeft. Daar kan ik echt reuze goed in zijn. Ik hoef niet slim te zijn om een rotkind te zijn en ik hoef niet knap te zijn en ik hoef niet aardig en vriendelijk te zijn. Ik kan heel goed een rotkind zijn!” zei André tegen zichzelf.

Zo gezegd, zo gedaan. André begon onmiddellijk aan zijn doel te werken en slaagde er goed in om een rotkind te zijn. Als hij op school kwam, gaf hij zijn klasgenoten een mep. Als hij achter zijn tafeltje zat, trapte en schopte hij ieder kind dat zo ongelukkig was dicht in zijn buurt te komen. In de pauze mompelde hij vloeken. Ook weigerde André zijn huiswerk te maken. De schooldirecteur kwam naar de klas van André om met zijn juffrouw te praten. Hij hoorde haar zeggen: “André is een probleemkind.”  André moest er om glimlachen, want een probleemkind zijn was precies wat hij wilde zijn.

Als André na schooltijd in de buurt ronddwaalde, raakte hij in gevecht met de kinderen op het speelveldje en sloeg hij ze op hun neus. Dan werden de kinderen heel kwaad en dan zeiden ze tegen elkaar: “André is echt een rotkind.” Dan moest André lachen en zei hij tegen zichzelf: “Ik doe precies wat ik graag wil doen.”

Als André thuis was, weigerde hij om zijn kamer op te ruimen. Hij weigerde om zijn kleren of de dingen waarmee hij gespeeld had, van de vloer op te rapen, dus zijn kamer was een grote puinhoop. André weigerde aan tafel te komen voor het eten en schreeuwde als iemand in het huis televisie wilde kijken, omdat hij naar een andere zender wilde kijken. Dan zeiden de mensen in huis: “André is echt een moeilijk kind.” Dan moest André lachen, want hij had beslist dat hij een rotkind wilde zijn.

Op een dag, nadat iedereen op hem gemopperd had, keek André in de spiegel en praatte hij tegen zichzelf. “Het is me gelukt, ik ben het grootste rotkind dat je je maar voor kunt stellen. Nou, waarom voel ik me dan zo verdrietig? Ik dacht dat ik me erg gelukkig zou voelen als ik een rotkind was, maar dat is niet zo. Ik begrijp niet wat er mis is.”

Toen André die avond in slaap viel, begon hij te dromen. In zijn droom zag hij zichzelf een stuk ouder. Zijn oudere ik kwam uit de toekomst om met hem te praten. De oudere André had een boodschap voor hem: “André, je hebt besloten een rotkind te zijn omdat je zoveel tranen in je hart hebt. Je dacht dat deze tranen in je hart weg zouden gaan als jij het grootste rotkind zou zijn dat je je maar voor kunt stellen. Maar ze gingen niet weg, ze werden juist erger.”

Daar was André het mee eens. “Je hebt gelijk, er komen steeds meer tranen in mijn hart.””Nou, het is tijd om er iets aan te doen,” zei de André uit de toekomst. “Je bent heel anders dan de persoon die je nu denkt te zijn. Je bent heel slim. Je weet hoe je vrienden kunt maken als je dat wilt en je weet hoe je je huiswerk kunt maken. Het is tijd om de tranen in je hart te laten drogen. Waarom besluit je niet om te stoppen met een rotkind te zijn? Dan zul je er in slagen om die dingen te doen waarvan je gelukkig wordt en zullen andere mensen gelukkiger zijn met jou.”

André wist zeker dat hij hulp nodig had bij de veranderingen die hij wilde. Daarom spraken de André uit de toekomst en de André in het nu in hun droom eindeloos lang met elkaar. Ze praatten over moeilijke dingen en liefde, over huiswerk en wat je wilt bereiken, over het beste uit jezelf halen en het slechtste uit jezelf halen. Toen André die ochtend wakker werd, lag hij eventjes heel stil onder de dekens; hij voelde dat iets in zijn hart aan het veranderen was. Het leek net of er wat minder tranen in zijn hart waren en zijn lijf voelde prettiger aan.

De dag nadat André de droom gehad had, ging voorbij zonder dat André ook maar één probleem met iemand had gehad. Het leek erop dat hij in de volgende dagen steeds minder een rotkind was, tot de dag kwam dat André zelfs een schouderklopje en complimentje van zijn juffrouw kreeg. Na verloop van tijd droogden de tranen in André’s hart op en vond zijn hart een manier om te helen. André veranderde de manier waarop hij met vrienden omging, hoe hij zich gedroeg op school, hoe hij zich thuis gedroeg en vooral de manier waarop hij over zichzelf praatte.

Het duurde niet lang of André ging zó met leeftijdgenoten om, dat hij al snel een heel stel vrienden had. Mensen vonden het prima als André door hun straat liep. De juffrouw van André was blij hem ’s ochtends weer te zien, omdat ze wist dat hij slim was en er zeker in zou slagen zijn toekomstdromen waar te maken.Thuis ruimde André zijn kleren op, poetste hij zijn tanden, ging hij onder de douche en werd hij een heel andere kind.

Op een dag, nadat al deze veranderingen hadden plaatsgevonden, keek André in de spiegel en besefte hij dat hij iets nieuws aan hem zag. Toen hij in de spiegel keek, zag André zichzelf heel anders dan vroeger. “Ik wil geen rotkind meer zijn. Ik wil een heel bijzonder kind zijn.” En toen lachte André zichzelf toe in de spiegel, want hij had in de gaten dat hij nu al een heel bijzonder kind was.

©1995

Naar bovenTerug

Itek Webmedia