De prins die een draak moest vangen

Er was eens lang geleden een prins die alle dingen deed die prinsen horen te doen. 
Hij ging naar school, speelde met zijn vrienden en deed over het algemeen prinselijke taken. Op een dag kwamen zijn vader en moeder – de koning en de koningin – bij hem en zeiden: “Het is tijd dat jij een draak gaat vangen.” 
“Nee!”, riep de prins uit, “ik kan geen draak vangen! Ik ben ook veel te jong om een draak te vangen! Ik ben lang niet sterk genoeg om een draak te vangen!”

Maar de koning en de koningin trokken zich niets van zijn protesten aan. Ze bleven bij hun besluit. “Jij moet een draak gaan vangen. Het is tijd voor jou om een draak te gaan vangen”.

De prins bedacht van alles om het plan uit hun hoofd te praten. Hij smeekte, hij huilde, hij wilde niet meer tegen ze praten. Hij deed vreselijk zijn best om alle andere dingen die hij moest doen heel goed te doen, maar de koning en de koningin waren vastbesloten: “Jij MOET een draak vangen.”

Maar de koning en de koningin trokken zich niets van zijn protesten aan. Ze bleven bij hun besluit. “Jij moet een draak gaan vangen. Het is tijd voor jou om een draak te gaan vangen”.

De jonge prins werd heel, heel verdrietig, want hij dacht bij zichzelf dat hij nooit kon bedenken hoe hij een draak moest vangen. Hij werd steeds verdrietiger en bleef steeds langer in zijn eentje in zijn kamer. 
Op een dag, toen hij languit op zijn bed lag en zich heel verdrietig en in de war voelde, verscheen ineens zijn sprookjes petemoei.
“Waarom ben jij helemaal alleen in je kamer?” vroeg ze. 
“Ik moet een draak vangen en ik weet niet hoe ik dat moet doen”, antwoordde de prins.
“Ik ben niet sterk genoeg. Ik ben niet slim genoeg en ik ben hardstikke bang. 
Ik denk dat ik maar voor altijd hier op bed blijf liggen, want ik weet echt niet wat ik moet doen.”
Met een begrijpend hoofdknikje herinnerde de sprookjes petemoei de prins er aan dat het een van haar speciale taken was om voor de prins te zorgen. Ze verzekerde hem dat ze hem met zijn probleem zou helpen. Ze vertelde hem dat hij vanaf dit moment elke nacht, als hij in slaap was, steeds meer kracht en steeds meer wijsheid zou krijgen. Al snel zou er een ochtend komen waarop hij zou wakker worden en weten dat hij nu sterk en slim genoeg was om een draak te vangen. 
Toen zwaaide de sprookjes petemoei met haar toverstokje over de prins en het leek wel of overal over hem heen toverstof neerdaalde. Toen, met een klein plofje en rookwolkje, was ze verdwenen.

Toen de sprookjes petemoei verdwenen was, vroeg de prins zich verbaasd af of hij het zich verbeeld had dat ze in zijn kamer geweest was. Toen zag hij het toverstof op zijn armen en hij begreep dat ze echt op bezoek was geweest. 
Toen de prins die nacht sliep, werd hij inderdaad sterker en slimmer en toen hij ’s ochtends wakker werd, voelde hij zich slimmer en sterker geworden. 
Elke volgende nacht, als de prins sliep, werd de prins steeds sterker en slimmer, tot de ochtend kwam, precies zoals de sprookjes petemoei gezegd had, dat hij wakker werd en wist dat hij slim en sterk genoeg was om een draak te vangen.

Het lukte de prins die dag om een draak te vangen, omdat hij daarbij al zijn slimheid en kracht gebruikte. De prins besloot de draak aan de dierentuin te geven. De dierenverzorgers van de dierentuin stopten de draak in een kooi en ze maakten er een speciaal bord bij, waarop iedereen kon lezen dat de prins deze draak gevangen had en de datum waarop hij dat gedaan had.

Iedereen in het koninkrijk was trots dat de prins een manier gevonden had om een draak te vangen, maar niemand was zo trots als de prins zelf!

1988
Nancy Davis, Ph.D.

Naar bovenTerug

Itek Webmedia