Ma-ham, ik verveel me zo...

Iedere moeder kent deze kreet wel. De kast zit vol met spelletjes, vriendjes genoeg in de buurt en dan toch een kind, hangend op de bank en deze kreet naar mam.
En mam weet dat alles wat ze nu gaat opnoemen, afgewezen zal worden…
“Ga iets dóen!” roept mam tenslotte getergd uit en het kind sloft boos de kamer uit.

Spelen, het lijkt zo natuurlijk - is het ook -, maar soms komt het spel niet vanzelf op gang.

In het bovenstaande voorbeeld gaat het om een incident. Het kind kán best spelen, het lukt alleen nu, op dit moment, even niet. Soms zijn er echter kinderen die niet geleerd hebben om te spelen.
Hoe kan dat, als spelen een natuurlijke ontwikkeling is?
Er zijn meerdere oorzaken te vinden:
Zo kan een kind een verstandelijke handicap hebben, waardoor het leerproces trager verloopt en het eindresultaat lager zal liggen dan bij de normale ontwikkeling het geval is.
Of het kind heeft een lichamelijke handicap, of is doof of blind. Hierdoor kan het niet alles op de “normale” manier leren. Leren spelen kost dan meer tijd. Het vraagt specifieke kennis van de stoornis om te weten op welke punten je als ouder, leerkracht of spelbegeleidster moet letten om dit kind te leren spelen.
Soms heeft een jong kind onvoldoende stimulans van de ouders en/of omgeving ervaren, waardoor de ontwikkeling vertraagt of stagneert. Het aangeboden spelmateriaal of speelkameraadje moet passen bij het ontwikkelingsniveau van het kind, anders passen “vraag en aanbod” niet bij elkaar. Het kind kán zich dan niet goed ontwikkelen, ook al is de aanleg wel aanwezig.
Verder kan een kind langdurig ziek zijn of zijn geweest, waardoor de ontwikkeling vertraagd is.
Ook kan er sprake zijn van andere ontwikkelingsstoornissen als bijvoorbeeld ADHD of autisme.
Het kan ook voorkomen dat een jong kind traumatische ervaringen heeft opgedaan, waardoor de normale spelontwikkeling verstoord is. De energie van het kind gaat uit naar het in de gaten houden van de omgeving, van de ouders, het onderdrukken van angst e.d.. Wil zo’n kind profiteren van speltherapie, dan zal het eerst moeten leren spelen. Dat kan bij spelbegeleiding.

Spelbegeleiding is het op gang brengen van de natuurlijke spelontwikkeling, het uitbreiden, verbreden en verdiepen van het spel.
Al spelende durft het kind dingen te proberen, het leert dat het fouten mag maken en al experimenterende krijgt het vertrouwen in eigen kunnen. Het kind leert al zijn zintuigen te ervaren op een speelse, natuurlijke manier. Materialen en eigenschappen ervan worden verkend en geleerd.
De fantasie, creativiteit daagt het kind uit om zelf van alles te ontdekken, om niet op te geven, om op allerlei manieren een oplossing te zoeken voor een probleem. De omgang met speelkameraadjes leert een kind sociaal gedrag: samen delen, je houden aan afspraken en regels, samen kun je meer e.d..

Al die ervaringen geven het kind een brede en stevige basis voor zijn verdere leven, waarop het als het nodig is een beroep kan doen. Dat zien wij allemaal als ouders, leerkracht, hulpverlener e.d..
Voor het kind zelf echer is het allerbelangrijkste: spelen = plezier!

augustus 2004 © RT

Naar bovenTerug

Itek Webmedia