Spelen met een verstandelijk gehandicapte puber

Deze keer laat ik je kennis maken met Karel. Karel is een zwaar verstandelijk gehandicapte jongen van 12 jaar. Hij gaat naar een dagverblijf en daar leer ik hem kennen als ik als vrijwilligster kom werken in zijn groep. Ik zie een grote, stevige jongen op de grond zitten, met in zijn hand een groen plastic knuffeltje. Dit voorwerp wappert hij met flappende vingers vlak voor zijn mond en ogen eindeloos heen en weer, soms raakt hij het even aan met zijn mond.
Zijn blik is binnenwaarts gericht. Hij maakt geen contact met de leidsters of de andere kinderen. Overigens kan van het groepje kinderen niet één kind praten en zijn hij en twee andere kinderen de enige die rondlopen. De anderen zitten in een rolstoel of zijn bedlegerig.
Op het moment dat de groepsleidster Karel roept om aan tafel te komen, komt hij wel. Bijna elke handeling moet hem voorgezegd worden. Karel kan wel zelf eten en drinken, weet ook wat het betekent als de groepsleidster hem roept om zijn jas aan te doen. Naar buiten, wandelen, waarbij hij het liefst elke auto even wil aanraken.
Als ik dit beeld zo enige keren heb gezien, begint het te kriebelen: ik wil graag iets proberen te doen met Karel. Zo maak ik een spelplan en ga dat uitvoeren.
Ik ga vlak voor Karel op de grond zitten, neem hem het groene knuffeltje af en ga zacht zingen. Een zelfbedacht liedje dat ik vroeger voor mijn eigen kinderen zong. Terwijl ik het zing, raak ik de desbetreffende lichaamsdelen zacht aan. Het duurt niet lang of Karel komt iets overeind, draait zich om en ploft op mijn schoot neer. Talloze keren herhaal ik het liedje, zacht zingend en aanrakend. Hoewel Karel niet kan praten, is het duidelijk dat hij geniet! Af en toe maakt hij een bromgeluid, wiegt hij wat heen en weer.
Ik kom één keer in de week een ochtend en al na enkele ochtenden is het duidelijk dat Karel het liedje gaat herkennen. Hij wil direct op schoot zitten en pakt op het juiste moment mijn hand om die naar het juiste lichaamsdeel te brengen! Dit is dikke pret voor twee!
Langzaam breid ik het repertoire uit: nu begin ik met een heel eenvoudig begroetingsliedje, waarin ik zowel mijn naam als zijn naam zing. Om zijn aandacht te trekken, zwaai ik met mijn hand kort voor zijn ogen als ik “”hallo hallo hallo, ik ben Ria” zing en kriebel in zijn buik aan het slot van de tweede regel “hallo hallo hallo, wie ben jij?” Ook dit liedje herkent Karel na enkele weken.
We bouwen verder. Nu komt een wat langer speelliedje, ook gericht op het aanraken van lichaamsdelen. Het aloude “Dit zijn mijn wangetjes, dit is mijn kin” verander ik een klein beetje. Omdat Karel geen baby meer is, vervang ik de verkleinwoordjes door het normale woord. “Wangen”, “buik”, “tanden” enz… Deze aanpassing is meer voor de volwassen toehoorders en de ouders, met wie ik dit besproken heb, dan voor Karel. Karel geniet van dit intense contact. Hij lacht, wil op schoot zitten, maakt positieve gromgeluidjes.
Een half jaar ben ik zo één keer in de week ongeveer 20 minuten met Karel bezig. De laatste keren film ik hem en mij en dan is goed te zien hoe zijn wereld vergroot is. Samen ontdekken we een activitycenter, zoals dat bij baby’s in de box hangt. Karel ontdekt zijn eigen macht: door op een knopje te drukken, veroorzaakt hij een geluid! Dat wil hij wel herhalen! In de zandbak ontdekt Karel hoe het voelt als een stroom zacht zand over zijn handen en voeten gegoten wordt.
In de groepsruimte zie ik hoe Karel op de grond zit met zijn groene knuffel in de hand, terwijl een ander kind op de schommel vlak voor hem heen en weer schommelt. Terwijl Karel de knuffel naar zijn mond brengt, kijkt hij naar de schommel. Zijn hoofd beweegt mee van links naar rechts.
Tevreden kan ik mijn vrijwilligerswerk afsluiten.

Wat wil ik nou zeggen met dit verhaal? Is het nou zo geweldig wat er gebeurde? 
Ja! Een grote jongen met een zware handicap was geheel verzonken in zijn eigen binnenwereld. Door het accent te leggen op plezier, op het verkennen van de eigen lichaamsgrenzen en het gevoelsmatig ervaren van een liefdevol contact, is die wereld aanzienlijk vergroot.
Het zijn voor ons, gezonde volwassenen, geen vreselijk grote en duidelijk zichtbare resultaten. Maar voor Karel, als hoofdpersoon in zijn eigen leven, zijn het dat wel. Zijn gevoelswereld heeft zich kunnen uitbreiden. Zijn lichaamsbesef en daarmee zijn bestaan als persoon, is toegenomen. Door aan die behoefte - en die heeft ieder mens! - tegemoet te komen, kon Karel zijn blikveld letterlijk uitbreiden van zijn binnenwereld naar de buitenwereld.
Van Karel heb ik veel geleerd, waaraan ik altijd met veel plezier zal terugdenken. Mijn belangrijkste les was: denk niet te snel dat een handicap te zwaar is, dat er toch niets mogelijk is!

Naar bovenTerug

Itek Webmedia